Van 24 naar 9 schoolkampen: Ondernemer Rienk de Jonge maakt zich zorgen om toekomst toerisme in Friesland
NES – Het aantal scholen dat voor een kamp naar zeilschool en recreatiebedrijf Pean-buiten komt, is in twee jaar tijd gedaald van 24 naar negen.

Ondernemer Rienk de Jonge vroeg donderdag 8 oktober in de Tweede Kamer aandacht voor de gevolgen van stijgende lasten voor het toerisme. Tijdens een rondetafelgesprek van de vaste commissie voor Economische Zaken waarschuwde hij dat vooral schoolkampen en kleinschalige recreatiebedrijven steeds moeilijker uit de voeten kunnen.
Rienk wees onder meer op de verhoging van de btw op overnachtingen en de stijgende toeristenbelasting. Scholen kunnen de btw niet terugvragen en kunnen bovendien te maken krijgen met niet-betaalde vrijwillige ouderbijdragen. Omdat alle leerlingen mee moeten kunnen, komen eventuele tekorten bij de school terecht. De gevolgen zijn bij Pean-buiten direct zichtbaar. Twaalf groepen, samen goed voor ongeveer vijfhonderd leerlingen, zegden dit jaar hun kamp af. Vooral basisscholen uit de omgeving vallen weg. Hoewel Pean de prijs exclusief btw verlaagde, steeg het bedrag voor scholen van ongeveer 255 naar 272 euro per leerling.
“Die groep zie je echt keihard dalen bij ons”, zei Rienk tijdens het gesprek. Volgens hem is het voor ondernemers moeilijk om stijgende belastingen door te berekenen, omdat groepsverblijven vaak al maanden van tevoren worden geboekt.
Investeren in de regio
De ondernemer bracht tijdens het rondetafelgesprek ook bredere knelpunten voor de Friese toerismesector naar voren. Zo vroeg hij aandacht voor de bruggen bij Oude Schouw en Spannenburg. Achterstallig onderhoud en werkzaamheden tijdens het vaarseizoen kunnen volgens hem de watersport schaden en bezoekers teleurstellen.
Tegelijkertijd benadrukte Rienk de economische betekenis van kleinschalig toerisme. Pean-buiten, voortgekomen uit de zeilschool die in 1968 op Pean begon, biedt inmiddels verblijfsaccommodaties in Nes en Weidum. Het bedrijf werkt met leveranciers uit de regio, biedt werkgelegenheid en draagt bij aan Nationaal Park De Alde Feanen. Volgens Rienk ligt daar juist een kans voor Friesland: toerisme dat niet alleen in de zomer bezoekers trekt, maar het hele jaar door zorgt voor werk en bestedingen in dorpen en de omliggende regio. Daarvoor moeten ondernemers volgens hem wel voldoende ruimte houden om te investeren.








