Langebaanschaatser Douwe de Vries: “De grootste teleurstelling uit mijn carrière”
Tien schaatsers is slechts een greep uit het grote aantal topschaatsers dat Nederland telt en dus zijn er meer verliezers dan winnaars na het kwalificatietoernooi. Eén van hen is Douwe de Vries. De in Heerenveen woonachtige Fries behoort al jaren tot de wereldtop op de langste afstanden en maakte de afgelopen drie jaar deel uit van de achtervolgingsploeg, die wereldkampioen werd. In het verleden behaalde resultaten tellen nu echter niet. Topsport is keihard en Douwe de Vries staat met lege handen. “Dit is voor mij een enorm grote teleurstelling, zeg maar gerust de grootste in mijn sportcarrière tot nu toe.”

In de ploeg van LottoNL-Jumbo is Douwe de Vries al jaren een vaste waarde. In de voorgaande drie seizoenen ontwikkelde de 35-jarige schaatser zich nog elk jaar. Hij werd drie keer wereldkampioen op de ploegenachtervolging en behaalde in 2015 brons op de vijf kilometer tijdens het WK Afstanden. “Na de vorige Olympische Spelen had ik nooit gedacht dat ik zou kunnen presteren zoals ik dat gedaan heb. Ik heb mezelf meerdere malen weten te verbazen. Natuurlijk ga je dan ook kijken naar de Olympische Spelen van nu en vanaf vorig seizoen, toen ik wereldkampioen werd op de ploegenachtervolging en vierde op de vijf kilometer, was dat heel realistische geworden.” De Vries kende een fantastische zomer en de voorbereiding op het seizoen was goed. “Mijn testen waren beter dan ooit, ik reed in de testwedstrijden sneller dan ik ooit had gedaan en binnen de ploeg heerste een fantastische sfeer.” Vanaf oktober begon De Vries echter te kwakkelen. Hij werd ziek en vlak voor het NK Afstanden, waar tevens de World Cup tickets verdeeld werden, kon hij pas weer beginnen met trainen. “Dan mis je op minder dan een seconde het wereldbekercircuit en moet je over op plan B, en hoewel ik dat behoorlijk goed heb ingevuld, is het wel vele malen minder dan plan A. Je mist de internationale wedstrijden en vooral ook de voor mij belangrijke ploegenachtervolging. Omdat ik deze niet reed in wereldbekerverband, werd ik door de bondscoach ook niet op voorhand aangewezen voor de Spelen, terwijl ik de afgelopen drie jaar een vaste waarde was. Dat is logisch hoor, maar als het net even anders valt, zit ik er wel bij en ziet het seizoen er ineens heel anders uit.”
Slecht ijs in Heerenveen
Schaatsen blijft een individuele sport en hoewel De Vries van tevoren niet was aangewezen voor de ploegenachtervolging, had hij zich via het OKT alsnog kunnen plaatsen. Met een twaalfde plaats op de vijf kilometer lukte dat echter bij lange na niet. “Ja dat is echt dramatisch, een twaalfde plek, dat slaat helemaal nergens op. Ik ging het OKT echt met heel veel vertrouwen in en dan komt het er niet uit, dat is enorm balen.” Hoewel De Vries er niet de persoon naar is om met allerlei excuses op de proppen te komen, werkten de omstandigheden in Thialf niet in zijn voordeel. “Het ijs was de eerste dag van het OKT heel erg slecht en ik zat ook nog eens in de vijfde rit, net voor de dweil. Ik reed tegen Arjan Stroetinga en ook hij reed een belabberde rit. Ik had veel beter ijs verwacht en had mijn techniek, maar ook mijn materiaal daarop afgestemd. Dat heeft alles te maken met timing en een bepaalde slag die ik graag wil rijden, waar ik mij het best bij voel. Maar dat was niet mogelijk, ik reed me juist helemaal vast. Sommigen kunnen hun slag dan aanpassen, maar dat lukte mij niet. Achteraf had ik misschien beter op mijn marathonbuizen kunnen rijden maar ja, dat is achteraf. Of ik mij op beter ijs wel had geplaatst weet ik niet, je moet rijden met de omstandigheden die je voorgeschoteld krijgt, maar het had mijn kans wel vergroot.”
En nu?
Na het OKT was het voor De Vries enorm balen en er ging van alles door zijn hoofd. “Mijn eerste reactie was echt ‘dan kap ik er maar helemaal mee’. Een logische reactie, denk ik, maar al snel besloot ik dat dat ook niet de oplossing is. Je gaat dan kijken, wat nu verder en dat is vooral eerst het seizoen afmaken. Ik rijd de World Cup in Erfurt en fungeer daarna als trainingspartner van Sven Kramer en Patrick Roest richting de Olympische Spelen.” De Vries realiseert zich dat hij dat niet hoeft te doen. Zijn ploeggenoten helpen richting een wedstrijd waar hij zelf maar wat graag ook had gestaan, is niet vanzelfsprekend. Voor De Vries is het dat echter wel. “Ik kan wel thuis op de bank bij de pakken neer gaan zitten en zielig zijn, maar daar heb ik uiteindelijk alleen mezelf maar mee. Ik ga liever met die jongens op pad. Daar haal ik veel voldoening uit. Natuurlijk is het gevoel heel anders dan wanneer ik me wel had geplaatst voor de Spelen, maar als ik ze kan helpen richting goede prestaties in Zuid-Korea dan doe ik dat graag.” Met zijn inzet voor de ploeg bevestigt De Vries enigszins het beeld dat vaak van hem wordt geschetst. De ideale ploegmaat van Kramer, die heel hard kan trainen, in alle trainingsvormen de ideale ploeggenoot is en zich kan wegcijferen voor de ploeg. “Ach ja, mensen moeten zelf weten wat ze zeggen of schrijven, ik heb daar niet zoveel mee. Natuurlijk, Sven heeft ploeggenoten nodig en daarmee dus ook mij, maar ik heb hem misschien nog wel veel meer nodig. Ik ben niet naïef en sponsoren steken echt geen miljoenen in de ploeg om Douwe de Vries te laten schaatsen. Dat doen ze wel voor Kramer, dat is een merk op zich. Het gaat twee kanten uit en we hebben elkaar nodig. Het is echt niet zo dat ik zijn banden ga plakken of zo.”
Niet ineens weer marathonschaatser
De Vries kent een verleden als marathonschaatser en ook in zijn loopbaan als langebaanschaatser maakte hij regelmatig zijn opwachting in het marathonpeloton. Toch gooit hij, nu hij zich niet heeft geplaatst voor de Olympische Spelen, niet ineens het roer om. “Ik kan nu wel naar de Weissensee gaan bijvoorbeeld, maar daar ben ik helemaal niet voor getraind. Ik heb me echt alleen maar gefocust op het OKT en niet op 100 kilometer schaatsen. Dan rijd ik daar mee als peloton vulling, dat ga ik niet doen.” De Vries was een topmarathonschaatser en behoort nu in het langebaanschaatsen op de stayerafstanden tot de wereldtop. Om deze twee disciplines succesvol te combineren, moet je van goeden huize komen, weet de Fries. “Er zijn maar weinig schaatsers die dat echt goed kunnen, en misschien is nu alleen Jorrit Bergsma echt in staat om dat beide goed te doen, ook al zie je dat Jorrit de laatste jaren ook steeds minder marathons is gaan rijden. Je ziet bij veel marathonschaatsers toch dat ze iets te kort komen, zeker qua snelheid en wanneer ze minder marathons gaan rijden het langebaanschaatsen beter gaat. Kijk naar Arjan Stroetinga, die was goed op de vijf kilometer toen hij minder marathons reed en nu ook weer naar Bob de Vries. Hij heeft er echt voor gekozen om dit jaar minder marathons te rijden en zich te focussen op het langebaanschaatsen en dat betaalt zich nu uit. Als je beide disciplines top wilt doen, splits je ook je doelstellingen en om dan aan al je doelstellingen te voldoen, is heel erg moeilijk.”
Toekomst
De Vries wil nog geen uitspraken doen over zijn toekomst, over stoppen of doorgaan. Toch lijkt hij hierin voor zichzelf al een keus gemaakt te hebben, al weet hij nog niet in welke discipline dat zal zijn, langebaan of marathon. “Ik ben fit en eigenlijk beter dan ooit, en heb geen fysieke ongemakken. Dat is voor mij belangrijk in de keuze of ik stop of doorga. Wat daarin ook heel belangrijk is, zijn de omstandigheden waarin ik eventueel doorga. Ik wil graag prof blijven. Als ik erbij moet gaan werken, wordt het misschien tijd om te stoppen.” Mochten de mogelijkheden om als prof door te gaan zich aandienen in beide disciplines, zal De Vries een keus moeten maken en daar lijkt hij nog geen beslissing over genomen te hebben. “Er zijn nog voldoende doelen en ik vind het daarnaast ook heel erg leuk om te sporten. Ik houd van trainen en het rijden van wedstrijden. Nou ja, niet van wedstrijden rijden. Iedereen vindt trainen leuker dan wedstrijden rijden en iemand die zegt dat wedstrijden rijden leuk, is lult uit zijn nek. Het is verschrikkelijk, zeker naarmate de wedstrijden belangrijker worden. Maar omdat het vooraf zo verschrikkelijk is, is de ontlading naderhand des te groter. Alleen al voor dat gevoel van euforie zou ik nog jaren kunnen schaatsen.” Toch zou de toekomt van De Vries ook zomaar eens in het marathonschaatsen kunnen liggen en dat heeft met name te maken met De Elfstedentocht. “Wat zou ik die graag een keer rijden en dan niet om mee te rijden, maar echt goed.”
Door Jan van Loon













