grootheerenveen

Cover verhaal: Jeroen Otter

Zit je te praten met de in Heerenveen woonachtige bondscoach van de nationale shorttrackploeg over het fantastisch verlopen seizoen, duurt het maar even of je zit samen gebogen over de wereldkaart. Niet vanwege de oorlogen, maar over waar hij allemaal geweest is, hoe mooi het daar was en waar je allemaal nog meer naartoe wilt.

Afbeelding
\n

“Ik hou van natuur”, zegt Jeroen Otter bijna verontschuldigend. En hij houdt ook van cultuur. Voor die twee dingen heeft hij de hele wereld bezocht. In zijn kantoor in Thialf staan al de drie klokken met wereldtijden echter even stil. Hij kan pas vanaf half mei weer even op stap. Dat kon hij als een shorttrackcoach direct na de Olympische Spelen elke keer wat langer doen, andere jaren is er niet meer dan een weekje vakantie. Dan staan de shorttrackers al weer klaar, belust op weer een stapje omhoog op de schaatsladder. En dan moeten ze de man die hen dat trapje laat opstappen natuurlijk wel in de buurt hebben.

De wereldkaart die we bekijken staat op een laptop. Een andere laptop zet hij aan de stroom; die moet straks bij de training weer gebruikt worden. De twintig schaatsers die Jeroen Otter onder zijn hoede heeft rijden, volgebouwd met apparatuur, ronden op de trainingen. Ze doen allemaal ongeveer 150 rondjes. De digitale segmenten registreren alles van elk rondje. Ja, schaatsen is net als de meeste sporten een natuurlijk iets, maar het volgen en daar dan weer de consequenties uit trekken, gebeurt digitaal. Otter heeft zeven, acht medewerker voor de training en registratie.

Intuïtie

Dat geeft gelegenheid om iedere schaatser en schaatser een individuele begeleiding te geven. De apparatuur noteert meedogenloos hoe de schaatser in zijn vel zit. “Als je bijvoorbeeld sportverslaggever bent en je voelt je niet lekker omdat Heerenveen - weer - verloren heeft of zoiets, dan kun je als baas wel zeggen: maakt niets uit en je moet dat en dat doen, dat verslag wordt minder goed. Dat is bij een sporter nog nadrukkelijker het geval. Ja moet rekening houden met de gevoelens en gemoedstoestand van de sporter. Zelfs als die enkel niet goed heeft geslapen, dan moet je zijn of haar training aanpassen. Ook andersom, zwaarder trainen als lichaam en geest het kunnen hebben. Maar een mens is geen machine.”

Die gedachten kwamen pas rond 2010 in zijn hoofd terecht, terwijl Otter toch al heel lang shorttrackcoach was. Of is hij trainer? “Beide, het zijn twee heel verschillende zaken.” De trainer zorgt voor het fysieke deel, de coach is er voor de strategie. Daar ben je overigens ook in beperkt. Je kunt van tevoren de strategie bepalen van hoe de rit gereden moet worden, maar als het even niet lukt, moet het anders. En daar rekent Otter vaak (en goed) op de intuïtie van de shorttracker. En die intuïtie leren ze dan weer tijdens de training, en daar zijn de laptops weer voor nodig. En twintig mannen/vrouwen die trainen, want er moet daar constant gespard worden.

Relay

Je zou ook kunnen zeggen dat een shorttrackcoach veel intensiever met de geest van z’n pupillen aan de gang is dan een langebaancoach. Die hoeft minder tactische kennis te hebben. Bovendien kan die aan de buitenkant nog wel meespelen, dat kan de shorttrackcoach helemaal niet. Hoewel: “Bij de relay kan het wél, want dan kun je degenen die afgelost zijn wel bereiken.”

Relay, met vier schaatsers elkaar steeds aflossend, is voor Jeroen Otter het toverwoord. Ook voor de shorttrackers, iedereen wil een plek in de ploeg hebben. Relay is ook zijn levensverhaal. Jeroen Otter kwam 57 jaar geleden ter wereld in Amstelveen. Hij schaatste op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Die was altijd half oktober open, herfstvakantie. Wat kleinere baantjes in de buurt maakten hun 200-meter baantjes al in september klaar. Met een shorttrackbaan. Het beviel Otter wel, hij maakte van langebaanschoenen ijshockeyschaatsen en van aparte messen shorttrackschaatsen. Het had succes. Otter kwam in de Nederlandse ploeg en tot hun eigen verbazing wonen ze vier keer het wereldgoud in de relay. Dat bleek Nederland te liggen. Shorttrack kwam als proef een keertje op de Olympische Winterspelen en Nederland won ook daar de gouden medaille. Twee jaar later werden ze op het wereldkampioenschap gediskwalificeerd en daardoor mochten ze niet naar de toen voor hen echte Winterspelen. Dat was wel het einde van Otters’ shorttrackcarrière.

Amerika

In 1988 had hij zijn studie economie al moeten opgeven voor die behaalde wereldkampioenschappen; na de diskwalificatie hield hij op. Otter haalde nog wel zijn acte lichamelijke opvoeding. En werd daarmee shorttracktrainer en -coach. Globetrotter Jeroen Otter solliciteerde naar die functie voor de Amerikaanse bond. En werd tot zijn verrassing aangenomen. Waarschijnlijk was dat gestoeld op zijn relay-ervaring, want dat trok de Amerikanen wel aan. Otter leefde in Amerika en Canada; hij vertelt errover aan de hand van die laptop. Ook over dat hij hen naar de top van de relay bracht. En hoewel de shorttrackers ook individueel verbeterden was dat zijn handelsmerk. Waarmee hij naar Europa terugkeerde. Sinds 2012 is hij coach en trainer van de Oranjeformatie en heeft hij die formatie ook naar de top gebracht.

Teambesef

De relay-prestatie van de Nederlandse vrouwen, in februari goud op de Olympische Winterspelen in China, noemt hij zijn meest ultieme prestatie. “Meer is er niet.” Otter weet hoe je een shorttracker moet begeleiden en hij maakt er daarna geweldige teams van. Teambesef. Als Schulting valt, dan valt het hele team. Je wint en verliest met z’n allen. Praten, praten. Het lijkt bijna psychologisch werk over jaren en jaren. Dat dus culmineerde in die gouden medaillerace waarin alles klopte met Yara van de Kerkhof, Selma Poutsma, Suzanne Schulting en Xandra Velzeboer. Een finale nota bene waaraan de beste vier landen deelnamen. “Het was een haalbare droom die uitkwam. Jaren geleden vochten we om in de finales te komen, nu moeten we beslist een medaille halen. Dat maakt haalbaar nog moeilijker.” De beleving van zijn relayteam met hun aan een immuunziekte overleden maatje Lara van Ruijven was voor Otter een hoogtepunt.

Uitstraling

Jeroen Otter heeft de hele wereld gezien en is nog steeds enthousiast globetrotter. Was in Australië, Cambodja en reed met een Landrover door de Sahara. Wil nog de kust van Chili langs, naar Vuurland. Of kanoën in Alaska. Het leven is nog even anders, al fietste hij kortgeleden Ameland rond. Otter woont nu in Heerenveen, Skoatterwâld. Dat was wel een verandering voor een man die in Nederland eigenlijk altijd in grote plaatsen of steden woonde. Maar ook in Amerika was het anders; hij schetst een plaatsje waarin hij aan de ene kant zo veel water kon zien vanuit zijn huis en aan de andere kant op de Rocky Mountains uitkeek. En hij woonde een tijdje in Calgary. “Hoewel daar een miljoen mensen wonen is het echt niet meer dan een dorp.” Maar iedereen die schaatst, kent Calgary.

En kent Heerenveen. Want Heerenveen heeft natuurlijk één ding voor boven al die andere plaatsen waar hij woonde: het Thialf ijsstadion. Otter is er heel tevreden mee, maar kent het woord ‘tevreden’ niet. Vindt dat alles in de wereld altijd sneller, harder en dus ook perfecter kan. Dat laatste geldt dan voor Thialf. “Het is het enige stadion in de wereld waarvan zo druk gebruik wordt gemaakt door recreatieschaatsers.” We lopen naar het raam van zijn fantastische kantoor dat in datzelfde Thialf uitkijkt over de baan. “Kijk, daar omheen had ik een 500 meter baan gelegd. De recreatieschaatsbaan. Dan kunnen ze naast Sven Kramer rijden, terwijl die geen last van slecht ijs heeft. Trouwens, het Thialfstadion had natuurlijk altijd bij het Abe Lenstrastadion moeten komen. Dan hadden al die sporten waarin Heerenveen uitblinkt nog beter geïntegreerd kunnen worden dan nu het geval is.”

Altijd meer…

Jeroen Otter is gelukkig met CTO Noord, dat wel degelijk zorgt dat de sporter alle faciliteiten krijgen die ze nodig hebben. Maar een Otter wil altijd meer… “We moeten hier eigenlijk nog wat hoogtekamers hebben, daarin zit een hoger zuurstofpercentage.” Zo zit Jeroen Otter in elkaar. Hij is bijvoorbeeld wel gelukkig met het innovatiecentrum in Thialf, maar vindt dat er nog onvoldoende mee wordt gedaan. Dat is dan een kwestie van geld, er moet wel eens te snel worden gestopt met sommige projecten. “Thialf zou de topwintersportlocatie van de wereld moeten zijn, en dat is het niet helemaal.” Het woord creatief valt een paar keer. Dat is hij wel. Niet alleen in de soms verrassende trainingen en trainingsparcoursen, maar ook in Thialf. “Waarom hebben we hier niet een bobsleestartbaan? Kan wel vanaf het dak van Thialf naar beneden.”

Heerenveen

Trainer Jeroen Otter werkt keihard aan de fysieke positie van zijn twintig shorttrackers. Want talent alleen is niet voldoende in de topsport.  Als je de trainingen bekijkt en op zijn laptop zou kunnen kijken, zie je wat hij daarmee bedoelt. Tot half mei. “Dan zien we wel, want ik wil ook wel eens wat anders doen.” Maakt zich daar niet druk over. En heeft tot slot een waarderend woordje. “Weet je, hier in dit veilige Heerenveen is opvoeden van kinderen het beste van de wereld.” Dat is uit de mond van Jeroen Otter heel wat.